Mijn buren hebben een vergunning aangevraagd voor een aanbouw aan hun huis. Wat kan ik hiertegen doen?

Als uw buren een vergunning hebben aangevraagd, zoals een vergunning voor een aanbouw aan hun huis, dan kunt u in beginsel (nog) niets ondernemen. Er is namelijk niet voldaan aan de voorwaarden om in bezwaar en beroep te kunnen gaan. In totaal moet er aan drie voorwaarden worden voldaan. Eén van de voorwaarden is dat er sprake moet zijn van een besluit. In ons geval is het besluit de beslissing op de aanvraag van de vergunning. Net als uw buren moet u het besluit afwachten. Het besluit moet bovendien – de tweede voorwaarde – genomen zijn door een bestuursorgaan. In de meeste gevallen worden besluiten genomen door een bepaald orgaan van de gemeente. Dergelijke organen vallen onder de wettelijke definitie van bestuursorganen. Als voldaan is aan deze twee eisen, dan moet aan de derde en laatste eis worden voldaan: u moet een belanghebbende zijn. Onder belanghebbende moet worden verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken, zoals neergelegd in artikel 1:2 lid 1 Algemene wet bestuursrecht. Aangenomen mag worden dat u, als buurvrouw of buurman, een belanghebbende bent bij een besluit tot het afgeven van een vergunning van aanbouw aan het huis van de buren.

Als aan alle drie de voorwaarden is voldaan, dan kunt u net als uw buren in bezwaar gaan en vervolgens, als het nodig blijkt te zijn, procederen bij de rechter. U kunt met andere woorden “meepraten” als aan alle drie de voorwaarden is voldaan. “Meepraten” is echter iets anders dan in het gelijk worden gesteld. In de bezwaarschriftprocedure en/of in een rechtszaak moet u belangen en normen aanvoeren die bedoeld zijn om uw belang te beschermen. In ons geval betekent het dat u normen en belangen moet aanvoeren die u, als buurvrouw of buurman, beschermen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de aanbouw aan het huis niet beantwoordt aan enkele veiligheidsnormen die dienen om de veiligheid van de bewoners van het huis te garanderen. Op een dergelijke norm kunt u zich niet beroepen. Het gaat immers niet om een norm die dient om uw belangen, als buurvrouw of buurman, te beschermen. Als u in de bezwaarschriftprocedure in het gelijk wordt gesteld, dan wordt het besluit – in ons geval het verlenen van de vergunning – vernietigd en wordt er een nieuw besluit genomen. Als u in de bezwaarschriftprocedure in het ongelijk wordt gesteld en u gaat vervolgens met succes naar de rechter, dan wordt het besluit op bezwaar – dus het besluit genomen naar aanleiding van de bezwaarschriftprocedure – vernietigd. U gaat in beginsel terug naar de bezwaarschriftprocedure.

Wat moet u doen als uw ex-partner weigert om alimentatie te betalen

Wanneer uw ex-partner geen alimentatie meer betaalt, is het raadzaam eerst zelf contact te leggen met uw ex-partner. Er kunnen wellicht, in goed overleg, afspraken gemaakt worden over het betalen van het verschuldigde bedrag in termijnen. Helaas brengen echtscheidingen vaak mee dat de verstandhouding tussen ex-partners verstoord is, dit kan het maken van afspraken verhinderen.

Wanneer u er samen niet uitkomt heeft u een aantal mogelijkheden om de alimentatie te vorderen. Dit hangt af van wat er in uw echtscheidingsconvenant is opgenomen. Wanneer u samen met uw ex-partner een echtscheidingsconvenant heeft opgesteld met afspraken over de alimentatie en deze uitdrukkelijk door de rechter in zijn beschikking is opgenomen, heeft u een executoriale titel en kunt  u de alimentatie middels een deurwaarder afdwingen. Dit geldt ook wanneer u eenzijdig bent gescheiden en de rechter zelf een alimentatieverplichting en de hoogte daarvan is zijn beschikking heeft uitgesproken.

Met een zogenoemde executoriale titel kunt u dus contact opnemen met een deurwaarder die het openstaande bedrag voor u zal innen. Dit hoeft echter niet altijd de eerste stap te zijn. Makkelijker is om het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) in te schakelen. Dit is een overheidsinstelling die als taak heeft kosteloos onbetaalde kinder- en/of partneralimentatie alsnog voor u te innen. In eerste instantie proberen zij met behulp van bemiddeling te bewerkstelligen dat de alimentatie rechtstreeks aan u zal worden betaald. Wanneer uw ex-partner de alimentatie achterstand nog steeds niet betaald, neemt het LBIO de inning over en start een incassoprocedure.

Hierbij kan gedacht worden aan een beslagleging op loon of uitkering. De betalingsplichtige is verplicht opslagkosten te voldoen aan het LBIO. Wanneer het LBIO de betalingsachterstand niet kan voldoen uit het inkomen van uw ex-partner, zal zij een deurwaarder inschakelen die de zaak verder zal overnemen.

Meer informatie over de werkwijze van het LBIO en over het aanvragen van een verzoek tot inning, is terug te vinden in de instructievideo onder aan de pagina.

Wanneer de rechter in zijn beschikking geen alimentatieverplichting heeft opgenomen, behoort het inschakelen van een deurwaarder of het LBIO niet tot uw mogelijkheden. U kunt dan het beste contact opnemen met een echtscheidingsadvocaat. Hij zal met u de mogelijkheden doornemen om via de rechter alsnog een alimentatieverplichting af te dwingen. Let wel: in het geval u bent gescheiden met minderjarige kinderen, is het verplicht om een alimentatieregeling op te nemen in het convenant.

https://www.youtube.com/watch?v=qR7a-YHCrmc

 

 

Proeftijd bij een tijdelijk arbeidscontract

Stel dat u een nieuwe baan gevonden hebt. Uw nieuwe werkgever wilt u enkel een tijdelijk arbeidscontract aanbieden. Na verloop van de proeftijd besluit je baas je toch niet aan te nemen en je dus geen vast of nieuw tijdelijk contract aan te bieden. U zult niet de eerste zijn die twijfels heeft bij deze gang van zaken. Om een helder inzicht te krijgen in het web van regels omtrent de proeftijd zal in dit blog eerst het begrip ‘proeftijd’ worden gedefinieerd. Daarna zal ingegaan worden op de regeling omtrent contracten voor bepaalde tijd en vervolgens zullen de regels voor onbepaalde contracten uiteen worden gezet.

Een proeftijd in een arbeidsovereenkomst betekent dat een periode is overeengekomen waarin u als werknemer de werkgever kunt overtuigen van uw kwaliteiten voor een baan. Andersom geldt dit ook: de werknemer kan met een proeftijd erachter komen of de baan bij hem past.

Nu duidelijk is wat ‘proeftijd’ inhoudt moeten verschillende situaties onderscheiden worden; het is namelijk afhankelijk van de duur van het contract of er een proeftijd kan worden afgesproken. Op een voor bepaalde tijd gesloten contract, zijn de volgende regels van toepassing:

-          bij een tijdelijk contract van 6 maanden of korter mag er geen proeftijd zijn;

-          bij een contract van 6 maanden tot 2 jaar is de maximale proeftijd 1 maand;

-          bij een contract van 2 jaar of langer mag de proeftijd maximaal 2 maanden duren.

De proeftijd bij verlenging van het tijdelijke contract verdient ook nog aandacht. In het nieuwe contract mag in dat geval geen proeftijd zijn opgenomen, tenzij de werknemer andere vaardigheden of verantwoordelijkheden krijgt. In dat geval is een proeftijd wel mogelijk.

Op het eerste gezicht ziet de regeling voor tijdelijke contracten er overzichtelijk uit, maar let op: er bestaan uitzonderingen. In de cao kunnen namelijk andere regels zijn opgenomen dan de bovenstaande algemene regels. In dat geval gelden de regels die in de cao staan.

Voor de proeftijd bij contracten van onbepaalde tijd geldt grofweg één regel: een proeftijd is mogelijk maar mag niet langer dan 2 maanden zijn.

In alle bovenstaande gevallen geldt dat wanneer de wettelijke termijn wordt overschreden bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst, de proeftijd nietig is. Stel dus dat u een proeftijd van 2 maanden en 2 weken overeenkomt met uw werkgever, terwijl u een contract voor onbepaalde tijd hebt gekregen, dan resulteert dit in een arbeidsovereenkomst zonder proeftijd.

Al met al is het dus zeer belangrijk dat u bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst op de hoogte bent van het type contract (bepaalde tijd of onbepaalde tijd), en de termijnen die voor dat type gelden. Daarnaast is het handig om altijd de geldende cao te checken, zodat u op de hoogte bent van mogelijk geldende uitzonderingen. De proeftijd van uw nieuwe baan hoeft geen probleem te zijn, zolang u maar voorbereid bent!

Minder uren willen werken na het krijgen van een kind

Ik heb een kind gekregen en wil graag minder uren gaan werken. Wat zijn mijn rechten en plichten?

Als werknemer heeft u een wettelijk recht om minder te gaan werken. Dit recht is neergelegd in de Wet flexibel werken. Minder werken kan een keuze zijn als u kinderen heeft. Deze wet en daarmee ook deze blog is van toepassing op uw situatie indien uw werkgever minimaal 10 werknemers heeft. Heeft uw werkgever minder dan 10 werknemers, dan heeft uw werkgever zelf een regeling met betrekking tot het recht van werknemers om de arbeidsduur aan te passen.

Wilt u minder gaan werken, dan zult u om te beginnen een verzoek moeten indienen bij uw werkgever. Dit verzoek moet aan 2 voorwaarden voldoen:
1. U bent ten minste 26 weken in dienst bij uw werkgever. Heeft u kortere periodes bij dezelfde werkgever gewerkt, dan mag u deze periodes bij elkaar optellen. De tijd tussen die periodes mag evenwel niet langer zijn geweest dan 6 maanden.
2. Een eventueel vorig verzoek dat u heeft gedaan is 1 jaar of langer geleden.

Schrijf een brief of e-mail aan uw werkgever waarin u vraagt of u minder of flexibeler (e.g. andere uren) mag gaan werken. U dient dit verzoek ten minste 2 maanden voor de datum dat u minder of flexibeler wil gaan werken te doen. Bij dit verzoek hoeft u de reden van uw verzoek niet te vermelden, maar dit mag natuurlijk wel. Vermeld in uw brief of e-mail in ieder geval vanaf welke datum u minder of flexibeler wilt gaan werken. Op de volgende punten kunt een verzoek tot wijziging indienen bij uw werkgever:
1. Arbeidsduur - het aantal uren dat u minder wilt gaan werken
2. Werktijd - de spreiding van het aantal werkuren over uw werkweek (bijvoorbeeld meer overdag, meer uren op een dag en andere dagen vrij)
3. Arbeidsplaats - de plaats waar u uw werk wilt doen (bijvoorbeeld thuis)

Uw werkgever zal vervolgens met u in overleg gaan over uw verzoek. Dit is de werkgever wettelijk verplicht. Uw werkgever zal nagaan of er voor het bedrijf redenen zijn waarom uw verzoek niet ingewilligd zou kunnen worden. Inwilliging van uw verzoek is namelijk niet onder alle omstandigheden mogelijk.

Uw verzoek om aanpassing van de arbeidsduur (onder 1) of de werktijd (onder 2) zal de werkgever moeten honoreren, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. In de wet zijn enkele voorbeelden genoemd van zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelangen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien het verzoek leidt tot ernstige problemen op het gebied van veiligheid of van rooster technische of financiële aard.
In principe moet uw werkgever uitgaan van de werktijden die uw wilt. Kan dat niet, dan moet hij schriftelijk aangeven waarom dat niet kan en een voorstel doen voor een andere verdeling. U beslist of u daarop ingaat. Zo niet, dan gaat de aanpassing niet door. 

Voor het verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats (onder 3) geldt het criterium van de zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen niet. De werkgever zal uw verzoek van de werknemer echter wel serieus in overweging moeten nemen.

Uw werkgever zal minimaal een maand voor de gewenste ingangsdatum een beslissing moeten nemen over uw verzoek. Hij zal u deze beslissing schriftelijk moeten meedelen. Wijst hij uw verzoek af, dan is hij verplicht om daarbij te melden wat de reden is dat hij uw verzoek afwijst.
Laat uw werkgever niet binnen deze termijn iets weten, dan mag u doen alsof uw werkgever akkoord is gegaan met uw verzoek, ook al is dat door uw werkgever niet schriftelijk bevestigd. 

Bent u het niet eens met de beslissing van uw werkgever, dan kunt u dit eventueel voorleggen aan de rechter.

Vragen naar aanleiding van deze blog? Neem dan contact op met de Rechtswinkel Utrecht!

Stilzwijgende verlenging van een sportschool abonnement

Sportabonnementen worden regelmatig automatisch verlengd. Zonder dat je het door hebt wordt er geld van je rekening afgeschreven. Het contract loopt ‘stilzwijgend’ door. Mag dit zomaar? En hoe kan je van zo’n overeenkomst afkomen?

Een voorbeeldzaak gaat over mevrouw Dol. Aan het begin van het jaar had mevrouw Dol het goede voornemen om te gaan sporten. Bij een sportschool in de buurt heeft ze een abonnement genomen voor een jaar. Maar, zoals het vaak gaat met goede voornemens, na het eerste jaar was mevrouw Dol bijna vergeten waar de sportschool zat en is zij vergeten het abonnement op te zeggen. Na dat eerste jaar kreeg mevrouw Dol een mailtje met de mededeling dat haar contract met een jaar is verlengd. Het is begrijpelijk dat mevrouw Dol hier niet direct op zit te wachten en daarom van het abonnement af wilt. Is dit mogelijk?

Ja, dit is mogelijk. De sportschool had het abonnement niet met een jaar mogen verlengen. Na afloop van het eerstejaars-abonnement had de sportschool het abonnement mogen omzetten in een regulier abonnement, maar dan kan er altijd tussentijds opgezegd worden. Een paar jaar geleden is hiervoor zelfs een nieuwe wet gekomen, omdat heel veel consumenten hier negatieve ervaringen mee hadden.

Maar let op; deze regel geldt niet voor het eerstejaars-abonnement. Het aangaan van zo’n abonnement maakt dat je hier gewoon een jaar aan vast zit. Het recht om op te zeggen ontstaat pas na de eerste ‘stilzwijgende’ verlenging, tenzij in de algemene voorwaarden van de sportschool staat dat je wel tussentijds kan opzeggen.

Op grond van deze nieuwe wetgeving is de beste manier om op te zeggen dezelfde wijze aan te houden als hoe het contract is aangegaan. Dus, als het contract is aangegaan via de website of via de telefoon, kan het ook op die manier opgezegd worden. Een bedrijf moet dit accepteren, ook als in de voorwaarden staat dat er schriftelijk opgezegd moet worden. Echter, is het altijd beter om schriftelijk op te zeggen - het liefst via een aangetekende brief – en te vragen om een schriftelijke bevestiging. Dit omdat je dan altijd kan bewijzen dat je het abonnement daadwerkelijk hebt opgezegd.